
‘Rouw is geen pad dat je moet beëindigen, het is een taal die je moet leren spreken’
“In het boek ‘Rouwen mag ook anders’ reikt Pieter Deknudt, muzikant van Zinger en oprichter van troostorganisatie Reveil, ons een andere methode van rouwen aan. Hij ziet rouw als iets dat we als gemeenschap samen mogen en kunnen beleven en gaat op zoek naar een rouwcultuur die zich uit in rituelen, kunst en muziek. ‘Troost vinden doe je vooral door te verbinden, door je verhaal te delen, door over je verdriet te praten’, vindt hij. ‘Vandaag hebben we de drang om rouw af te doen als een ziekte, waarbij verdriet en gemis op een gegeven moment afgerond moeten zijn. Dat beeld kan veel schade aanrichten.”
Het boek is gegroeid uit Reveil, de vzw waarmee je in België en tot ver in het buitenland rouwconcerten organiseert. Hoe is het allemaal begonnen?
Pieter - “In 2012 verloor ik een goede vriend, Robbie, een muzikant uit Deerlijk. Toen merkte ik hoe leeg en industrieel rouwen was geworden. De symboliek was weg, de beleving ook. Daarom besloot ik op 1 november een lied voor hem te spelen aan zijn graf, samen met een fanfare. Tot mijn verbazing vonden veel vrienden, allemaal jonge mensen nochtans, dat ‘ongepast’. Dat raakte me. Hoe zijn we zo ver geraakt dat muziek, troost en rouw niet langer samen mogen bestaan? Precies dat besef was het begin van Reveil. Reveil is dus ontstaan vanuit een verlangen om rouw opnieuw ruimte te geven in onze cultuur. We willen mensen samenbrengen rond verlies via activiteiten die verbinden, zoals muziek, verhalen en rituelen. Daarom organiseren we jaarlijks een 150-tal troostconcerten, creëren we troostproducties als Strand Verlicht, starten we samen met steden en gemeentes jaarlijks een aantal troosttrajecten op. We zetten vooral in op warme evenementen die helpen om rouw zichtbaar en bespreekbaar te maken. En ook daarom is er nu dit boek. Ik denk dat we stilaan een evenwaardig broertje hebben gebouwd voor mooie rouwculturen als Día de los Muertos in Mexico, of de Indische Divali-traditie, waar mensen op 1 en 2 november feestvieren mét hun doden. Maar dan ingebed in onze tradities en cultuur. Meer dan honderdduizend jaar geleden versierden onze voorouders de graven van hun overledenen al met symbolen en kunst, trouwens. Dat toont hoe diep cultuur en rouw ooit met elkaar verweven waren.”

Twee jaar na zijn dood, op 1 november 2014, speelde je je eerste rouwconcert aan Robbies graf.
- “We hadden een lied geschreven voor Robbie, Grace. Ik wilde dat nog altijd graag brengen aan zijn graf, samen met de lokale fanfare. Omdat ik er graag iets breder van wou maken dan enkel dat ene nummer, ging ik langs bij de Heemkundige Kring van Deerlijk – een groep enthousiaste senioren die veel verhalen kenden over andere mensen die daar begraven lagen. Zij vonden mijn idee helemaal niet vreemd. Integendeel, ze vertelden me dat er tot in de jaren zeventig regelmatig fanfares op begraafplaatsen speelden. Ook de lokale Schepen van Cultuur stond meteen achter het plan. Ze kende me een beetje, en ze wist dat ik een brave jongen was. Het was onze redding dat dit project in zo’n kleine gemeente kon ontstaan. Daardoor kon het rustig groeien, op vertrouwen in plaats van met eindeloze formulieren en voorschriften. Op die eerste november stonden er uiteindelijk driehonderd mensen te luisteren. Ik herinner me dat ik daar stond met knikkende knieën, ontroerd en melancholisch, maar tegelijk met een gevoel van voldoening en afronding. En laat me duidelijk zijn: Robbie was geen heilige. Hij was een kerel met een ontwapenend zelfvertrouwen, die rotsvast geloofde dat zijn band Highway Jack de beste ter wereld was (lacht). Dat vind ik belangrijk om te zeggen: we moeten onze doden niet idealiseren. We hoeven er geen halve heiligen van te maken. Ook in onze herinnering mogen ze gewoon mens blijven, met al hun mooie én eigenzinnige kantjes.”
Intussen zijn de troostconcerten helemaal ingeburgerd.
- “Een jaar na dat eerste concert werd ons liedje Grace opgepikt door De Nieuwe Lichting van Studio Brussel, en plots ging het snel. Artiesten als Niels Destadsbader, Frank Vander Linden, Marble Sounds en Ozark Henry stonden in de rij om zich achter een troostconcert te scharen. Voor het concert van Ozark Henry liep het storm. Er zakten zo’n drieduizend mensen af naar de begraafplaats van Oostduinkerke. Na afloop belde hij me en zei hij: ‘Ik heb nog nooit zoveel mensen samen zo mooi zien stil zijn’. En dat is precies wat Reveil wil doen: ruimte scheppen om samen stil te vallen, een vlag te planten. We leren opnieuw omgaan met kwetsbaarheid. Niet alleen in onszelf, maar ook met elkaar. Sinds dat eerste concert in 2014 zijn er al meer dan duizend troostconcerten georganiseerd, van Australië tot Letland. Dat had ik nooit durven dromen. Toch blijft rouw nog te vaak omgeven door taboes. Mensen vinden het moeilijk om er woorden of vorm aan te geven. Maar stap voor stap verandert dat. We hebben inmiddels een Rouwclub opgericht, die alle non-profitorganisaties in Vlaanderen bijeenbrengt die werken rond troost. Dat zijn er ondertussen al vijfendertig. Al deze mooie vrijwilligersorganisaties goten we in een overzichtsboekje: de Gids Troostrijk Vlaanderen. En nu proberen we gemeentelijke overheden ervan te overtuigen dat boekje gratis aan te bieden aan mensen die geconfronteerd worden met een overlijden. Opvallend genoeg is het buitenland soms nieuwsgieriger naar de manier waarop wij hier bezig zijn met rouw en troost dan Vlaanderen zelf. We kunnen er alleen maar op vertrouwen dat daar binnenkort verandering in komt.”
“Opvallend genoeg is het buitenland soms nieuwsgieriger naar de manier waarop wij hier bezig zijn met rouw en troost dan Vlaanderen zelf”

In je boek schrijf je: rouw is de prijs voor liefde. Een prachtig citaat.
- “Liefde en verlies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als je liefhebt, weet je dat je ooit zult moeten loslaten. Dat besef dragen we allemaal in stilte met ons mee, maar we drukken het meestal weg. Je kan het vergelijken met de eerste keer dat je hart gebroken wordt. Je weet hoeveel pijn het doet, en toch kies je er later opnieuw voor om lief te hebben. Waarom? Omdat de liefde het waard is.”
“In de film Eternal Sunshine of the Spotless Mind wordt de vraag gesteld: als je al je pijn kon uitwissen na een verlies, maar tegelijk ook al je herinneringen aan die persoon moest opgeven, zou je dat dan doen? Natuurlijk niet. Want rouw en herinnering horen bij elkaar. Er zijn best wat misvattingen over rouw. We zien het als iets dat afgerond moet worden, als een pad dat eindigt bij ‘aanvaarding’. Maar rouw is geen traject dat je moet voltooien. Het is een taal die je leert spreken. Een manier om liefde te blijven uitdrukken, zelfs voorbij de dood.”
Hét rouwmodel waarop we ons hier in onze maatschappij vaak baseren is dat van psychiater Elisabeth Kübler-Ross, dat stelt dat rouw verloopt in vijf opeenvolgende fases en eindigt met aanvaarding.
- “Het ironische — en tegelijk zeer tragische — is dat dat model volledig uit zijn oorspronkelijke context is gerukt. Kübler-Ross onderzocht destijds niet het rouwproces van nabestaanden, maar van mensen die zelf terminaal ziek waren en moesten leren omgaan met hun naderende dood. Haar vijf fases gingen dus over het verwerken van een diagnose, niet over het rouwen om een verlies. Ergens vind ik het wel fascinerend dat een model dat 50 jaar geleden al werd ontkracht vandaag nog steeds bij zoveel mensen leeft. Terwijl er zoveel alternatieven bestaan voor dat model die veel werkbaarder zijn. Het duale procesmodel van Margaret Stroebe en Henk Schut bijvoorbeeld. Zij zien rouw als een bootje met twee roeispanen: de ene gericht op verlies, de andere op herstel. Je hebt ze allebei nodig om vooruit te komen. Wie zich enkel vastklampt aan verlies, draait rond in cirkels. En wie alleen wil ‘herstellen’, ontloopt de kern van het gemis.”
“Maar een belangrijke inspiratiebron is toch de Belgische onderzoekster Julie Rodeyns, die aan de VUB een prachtig doctoraat schreef over de rol van cultuurbeleving in rouw. Aan het einde van haar onderzoek concludeerde ze dat cultuur en rituelen een oplossing bieden bij rouw, en dat het tijd was om minder te onderzoeken en meer te doen. Zo zijn wij met haar in contact gekomen. Uit die samenwerking is De Grote Oversteek ontstaan, als een ontroerend moment in Brugge, waar evenveel kaarsjes op de reien dreven als er mensen overleden waren tijdens de coronapandemie. Het was een krachtig bewijs: cultuur kan helen.”
“Een andere inspirerende stem in het rouwonderzoek is die van Samar Aoun. Zij werd verkozen tot Australian of the Year in 2023 en onderzocht wat mensen écht helpt tijdens het rouwen. Slechts 4 procent noemde rouwprofessionals of therapeuten, een opvallend laag cijfer. De meeste mensen vonden steun in hun omgeving: een buurman die een kom soep brengt, een vriendin die een berichtje stuurt, iemand die gewoon blijft langskomen. Dat betekent niet dat professionele hulp geen plaats heeft. Zeker bij complexe rouw is ze cruciaal. Maar bij ‘gezonde’ rouw is de warmte van een gemeenschap vaak de krachtigste vorm van zorg. En precies dat missen we vandaag nog te vaak in Vlaanderen.”
“Bij ‘gezonde’ rouw is de warmte van een gemeenschap vaak de krachtigste vorm van zorg”

Je pleit in je boek ook heel erg voor dat communitygevoel.
- “Weet je, ik heb soms het gevoel dat de media vooral focust op wat ons verdeelt. Terwijl er zóveel mensen en organisaties zijn die in stilte ongelooflijk mooie dingen doen. Kijk bijvoorbeeld naar Postkantoor 00/00/00, een initiatief dat je toelaat een brief te sturen naar iemand die overleden is, en je vervolgens een liefdevol antwoord stuurt. Of naar vzw Missing You, een organisatie die troostkampen organiseert voor jongeren in rouw. Wat zij daar neerzetten, is ronduit hartverwarmend. En dan is er nog Lost & co in Lier, een vzw die werkt met Compagnons: ervaringsdeskundigen die hun eigen rouwervaringen delen om anderen te steunen. Daarnaast heb je de Graag-gedaners die je iets tastbaars geven dat deugd doet. Een kinesist die gratis massages aanbiedt, een bakker die troostkoekjes bakt… Zulke kleine gebaren maken een wereld van verschil. Stel je eens voor dat we dat troostende gevoel opnieuw kunnen laten groeien. Dat we opnieuw leren om er gewoon te zijn voor elkaar, zonder dat daar iets tegenover moet staan. Dat gevoel van gemeenschap, van nabijheid in moeilijke tijden, van vanzelfsprekende zorg van mens tot mens, … Dát zijn we kwijtgeraakt. Vroeger was dat er wel zeer sterk. Het was de grote kracht van parochies en kerkgemeenschappen. Maar in onze terechte woede rond misbruiken in de kerk en de vele schandalen rond pedofiele priesters, hebben we dat gevoel jammer genoeg mee weggegooid.”
In je boek stel je voor om in onze maatschappij een soort rouwwadi’s te creëren?
- “Een wadi is een stukje groen in de stad dat regenwater opvangt en het rustig laat infiltreren in de bodem. Het regenwater mag er blijven staan, omdat we beseffen dat we de klimaatverandering niet kunnen stoppen en dus maar beter kunnen leren omgaan met wat er is. We moeten het extra water aanvaarden, in plaats van onze steden helemaal dicht te betonneren en alle water weg te duwen. Ik denk dat het met emoties net zo is. We hebben onze dagen volgepland, onze harten dichtgebetonneerd. Er is geen ruimte meer om even stil te vallen, te voelen, te rouwen. Daar moeten we iets aan doen. We moeten in onze buurt symbolische ‘wadi’s’ aanleggen — plekken waar verdriet mag landen. Ruimtes waar je even kan gaan zitten met een boek, een wandeling kan maken, of een klein ritueel doen om iemand te herdenken. Zo’n plekken kunnen veel mentale pijn verzachten. Je hoeft niet altijd door het leven te rennen. Soms is het genoeg om het water — en het verdriet — gewoon te laten staan.”
We hebben onze dagen volgepland, onze harten dichtgebetonneerd.

In het boek staan heel concrete tips over wat je kan zeggen tegen iemand in rouw.
- “Sommige rouw- en troostprofessionals vertellen je graag wat je niet mag zeggen aan mensen in rouw. Een zinnetje als ‘Veel sterkte’ is bijvoorbeeld uit den boze. Ik vind dat jammer. Als je niet goed bent met taal en een kaartje met ‘Innige deelneming’ het enige is wat je meteen te binnen schiet, schrijf dan dat kaartje. Dat is duizend keer beter dan niks doen. Rouwenden kunnen trouwens best tegen een stootje. Wat wél storend is, is mensen die rouwen behandelen als hulpeloze slachtoffers. We maken rouw vaak episch en zwaar, maar ondertussen hebben nabestaanden vaak vooral praktische zorgen: hoe vul ik de belastingbrief in, wie brengt de kinderen naar hun hobby’s? Er zijn talloze manieren om wie rouwt concreet te ondersteunen. Maak bijvoorbeeld een WhatsApp-groepje met een twintigtal vrienden, onder de naam ‘Team’ gevolgd door de naam van de overledene. Zo kan wie hulp nodig heeft snel en eenvoudig een bericht sturen, en is de kans dat je daadwerkelijk kan bijspringen veel groter dan wanneer je alleen zegt: ‘Bel maar als er iets is. Rouw is niet alleen liggen huilen in een hoekje; het zit ook in al die kleine dagelijkse dingen. En rouw kan zelfs lachen zijn, wanneer je ineens een grappige herinnering aan de overledene te binnen schiet. We moeten het eenzijdige beeld van rouw loslaten.”
“Rouw kan zelfs lachen zijn, wanneer je ineens een grappige herinnering aan de overledene te binnen schiet”

Reveil organiseert ook troosttrajecten in gemeenten. Hoe werkt dat?
- “Elk jaar betrekken we acht gemeenten in zo’n troosttraject. Gedurende het hele jaar denken inwoners, verenigingen en handelaars samen na over manieren om op een warme en betekenisvolle manier troost te bieden. Denk aan de breiclub die talismannen maakt voor wie iemand verloor, de jeugdbeweging die een kampvuuravond organiseert om herinneringen te delen, of de plaatselijke bakker die koekjes bakt voor het woonzorgcentrum. Zo ontstaat een troostprogramma dat vooral in oktober helemaal tot leven komt en een diepe, duurzame impact heeft. Het community-gevoel dat daardoor groeit, maakt van steden en gemeenten plekken waar rouwenden zich écht gehoord en gezien voelen. In mijn ideaalbeeld heeft elke gemeente op termijn zo’n traject. Het is prachtig om te zien hoe verbondenheid en zorg voor elkaar opnieuw meer aandacht krijgen dan al dat negatieve nieuws dat vaak de overhand heeft.”
Het boek ‘Rouwen mag ook anders’ van Reveil en Pieter Deknudt is nu ook verkrijgbaar in de LM Zorgshop.
Meer info over Reveil vind je op reveil.org
Wil je graag je steentje bijdragen als vrijwilliger, stuur dan gerust een mailtje naar pieter@reveil.org.
Wie graag zo’n troosttraject in zijn gemeente wil halen, kan de lokale burgemeester, schepen of gewoon cultuurdienst aan de mouw trekken en hen www.reveil.org/troosttraject onder de neus schuiven.
WIN! WIN! WIN!
LM geeft drie exemplaren van ‘Rouwen mag ook anders’ weg. Stuur voor 4 januari 2026 een e-mail naar wedstrijd.ov@lm.be met als onderwerp ‘Rouwen mag ook anders’. Vermeld in je e-mail je contactgegevens en waarom je graag het boek wil winnen. Veel succes!