
De momenten van KAROLIEN OLAERTS
Gezond eten zonder regeltjes, daar staat Karolien Olaerts van de succesvolle blog Karola’s Kitchen voor. De 40-jarige onderneemster is master in biomedische wetenschappen en weet dus heel goed wat er nodig is om evenwichtig te eten. “Bij mij gaat het niet om vermageren, maar om mensen gezonder te maken. Als je jezelf de toestemming geeft om eender wat te eten als je er zin in hebt, dan zul je merken dat je na een tijdje heel evenwichtig zult eten”, vertelt Karolien. Tussen al haar drukke projecten voor haar blog en het moederen van twee kleine zoontjes door, vindt ze tijd om te vertellen over de vier belangrijkste momenten uit haar leven.
Karolien Olaerts (40) begon tien jaar geleden met haar foodblog Karola’s Kitchen. Ze schreef vijf boeken bij Uitgeverij Horizon en heeft op njam! haar eigen kookprogramma ‘Karola’s Kitchen. Gewoon gezond & goed’. Als voedingswetenschapper pleit ze voor ecovriendelijke en gezonde eetgewoonten met meer groenten. Ze woont met haar man Pieter-Jan en zoontjes Isaac (4) en Léas (1) in het Gentse.

1. Mama worden
“In december 2019 ben ik mama geworden van mijn eerste zoontje, Isaac, en dat veroorzaakte echt een aardverschuiving. De zwangerschap was niet gepland en ik had op dat moment helemaal geen verlangen om mama te worden, ook al was ik toen net 35 jaar geworden, wat gemiddeld gezien toch beschouwd wordt als de leeftijd waarop je weet of je kinderen wilt of niet. Plots mama worden was enorm heftig. Moeder worden betekent toch wel je eigen leven on hold zetten, zeker bij een eerste kind. Je moet alles leren, je krijgt vaak heel tegenstrijdig advies van mensen, en tegelijk moet je uitpluizen wat voor zorg, en later opvoeding je wilt geven. Laat je je kindje huilen of niet? Voor mij was het zeker geen rooskleurig verhaal. Ik heb nooit de diagnose van een postnatale depressie gekregen, maar als we er nu op terugkijken, durven zowel mijn man als ik het zo wel te benoemen. Het was ook echt moeilijk voor mijn huwelijk. Ik denk dat ik me pas kon vinden in de rol van moeder toen Isaac 1 jaar oud was, en zelfs dan nog niet helemaal. Eigenlijk gebeurde dat pas toen ik bewust voor een tweede kind wou gaan, tot ieders grote verrassing trouwens, wanneer Isaac 2,5 jaar was. Ik denk dat ergens tussen mijn twee zoons in, het moederschap een onderdeel van mijn identiteit werd; geleidelijk voelde ik geen kwaadheid of rouw meer over het verlies van mijn leven voor Isaac. Daarvoor voelde het meer aan als een job die ik er ook nog eens bij moest doen.”
“Plots mama worden was enorm heftig”
2. De dood van mijn ouders
“Ik heb mijn beide ouders kort na elkaar verloren. Mijn mama is overleden op 21 juli 2015, mijn papa op 9 januari 2016, er zat dus net geen zes maanden tussen. Op mijn 31ste had ik mijn beide ouders nog, op mijn 32ste had ik geen ouders meer. Het is intussen al even geleden, het heeft dus ergens al wel een plaats gekregen. Maar het blijft een voor- en na-verhaal in mijn leven. De dichteres Siel Verhanneman verloor haar papa en haar zus en verwoordt het zo mooi en treffend in één zin: “Soms, dan overspoelt het je.” Zo voelt het ook voor mij, het verdriet rond het verlies van mijn ouders komt soms op heel onverwachte momenten als een golf over me heen. De aanleiding kan echt minimaal en dus soms onzichtbaar zijn voor andere mensen, maar het maakt dat ik anders door het leven ga dan andere mensen, denk ik. Ik ben de oudste van drie kinderen en heb twee keer kort na elkaar een begrafenis georganiseerd. Het afscheid administratief regelen, twee keer een appartement leegmaken, want mijn ouders waren gescheiden, het nalatenschap regelen… Het was een automatische piloot-periode. Ik beschouw mezelf wel als een sterk persoon. Ik ben niet meteen opgegroeid in een gemakkelijk gezin, er waren in mijn jeugd heel veel uitdagingen. Tegelijk heeft het me gevormd tot wie ik ben en maakt het dat ik op zo’n momenten kan doen wat nodig is. Maar uiteraard moet er daarnaast ook ruimte zijn voor mijn verdriet. En dat uit zich dus in golven, die komen aanspoelen en me soms overspoelen, zowel op kleine, maar zeker ook op grote momenten. Mijn ouders hebben bijvoorbeeld nooit mijn kinderen gekend, en dat geeft een extra laag aan mijn verdriet, een extra gemis. Er komen op dat moment zoveel vragen naar boven, in de eerste plaats naar mijn moeder, over zaken die ik niet weet. Als mijn schoonouders me bijvoorbeeld vragen wat voor een baby of kind ik was of als ze iets van mijn man in één van onze zoons herkennen. Ik heb echt geen idee. Het is pas als je zelf kinderen hebt, dat je zo’n vragen aan je ouders stelt. ‘Was ik ook zo’n slechte slaper?’, ‘Hoe deed jij dat?’.”
“Het verdriet verandert wel, maar het vermindert niet per se."
Het wordt bij momenten zelfs intenser, want de vragen stapelen zich op. Ik ben nu 40, ik ga op een bepaald moment in de menopauze belanden, en ik heb er nooit over kunnen praten met mijn mama. De dood van mijn mama is onlosmakelijk verbonden met die van mijn vader. Mijn mama is op een vrij korte tijd gestorven aan kanker, en dat heeft mijn papa, ook al waren mijn ouders gescheiden, psychologisch getriggerd, waardoor hij zelfmoord heeft gepleegd. Ik denk dat rouw iets is voor altijd. Ik kan me het niet voorstellen hoe het is om afscheid te moeten nemen van een kind, dat verdriet moet al helemaal voor altijd een onderdeel van je leven uitmaken. In die zin volgt de dood van je ouders die eerder sterven dan jij meer de natuurlijke flow van de dingen. Zo geef ik het toch een plaats. Maar het doet pijn. Mijn papa hunkerde al sinds mijn 27ste naar kleinkinderen, het feit dat hij nu geen opa kan zijn is moeilijk. Maar ik durf zo’n dingen wel te benoemen, wat niet zo normaal is, toch niet in onze cultuur. We zijn het niet zo gewoon om rouw een plaats te geven; na iemands begrafenis wordt er nog maar weinig over de overledene gepraat. Er is nog veel verbetering mogelijk op dat vlak. We vinden verdriet een slechte emotie, maar het doet me eigenlijk altijd deugd om bijvoorbeeld te praten over hoe mijn vader zo graag kleinkinderen had gehad. Op die manier houd ik mijn ouders toch een beetje in leven.”
“Ik denk dat rouw iets is voor altijd”

3. De stap van leerkracht naar voltijds zelfstandige
“Ik zat tot 2 uur ’s nachts uit te pluizen hoe zo’n blog werkte”
“Ik was tien jaar leerkracht natuurwetenschappen in het middelbaar onderwijs toen ik in 2017 de stap zette om zelfstandige te worden en voltijds voor mijn blog te gaan. Karola’s Kitchen is in 2014 eerder als een hobby begonnen. Die beginperiode was niet zo heel fraai, gezien ik 18 kg was vermagerd. Ik was anders beginnen eten, maar was ervan overtuigd dat ik geen dieetgedachten meer had. Als ik daar nu op terugkijk, zie ik dat dat echt niet klopte. En toch is Karola’s Kitchen vanuit die gedachte ontstaan. Mijn diploma biomedische wetenschappen met specialisatie voeding maakte dat ik een bepaalde autoriteit had, merkte ik. Ik gaf les op een school van bijna honderd leerkrachten, waarvan het overgrote deel vrouwen waren, en kreeg heel veel vragen over hoe ik zo was kunnen vermageren en de gerechtjes die ik in mijn lunchbox mee had. Op een dag had ik niets te doen, en ik ben heel slecht in het niets doen, dus ik dacht: ‘Waarom maak ik niet even snel een Facebookpagina?’ Ik maakte receptjes en nam er een foto van, met de bedoeling dat mijn collega’s en vriendinnen zo gemakkelijk konden meevolgen in plaats van elke keer opnieuw een recept te moeten uitleggen. Maar op korte tijd volgden er al 150 mensen me, ook heel wat mensen die ik niet kende. Na twee weken goot ik de inhoud in een blog, met de hulp van een vriend van mijn broer, want het was een wereld die ik totaal niet kende. Ik zat tot 2 uur ’s nachts uit te pluizen hoe zo’n blog werkte, ook typisch iets voor mij, want als ik aan iets begin, wil ik het graag goed doen. Et voilà, zo ging de bal aan het rollen. Ik besliste in 2015 om halftijds te gaan werken, maar al heel snel voelde ik dat ik geen van de twee jobs goed kon doen. Begin 2017 kreeg ik van uitgeverij Horizon, nog steeds mijn uitgever, een mailtje met de vraag om een boek te schrijven. Dat was het duwtje dat ik nodig had om te stoppen in het onderwijs.”



4. Mijn kookboeken
“In 2018 verscheen ‘Gewoon gezond – Eet volgens je buikgevoel’. Dat was op vraag van de uitgever een leesboek geworden, met een paar inspirerende recepten, maar eigenlijk had ik zoals veel foodbloggers de droom om een kookboek te maken. Het was dus een beetje een desillusie dat dat niet kon. Ook mijn volgende boek, ‘Elke dag gewoon gezond’, werd een leesboek, met enkele recepten. Toen dat werd gelanceerd, was ik hoogzwanger. Na de geboorte van Isaac vroeg mijn uitgever me naar mijn volgende plannen en ik gaf meteen aan dat het voor mij onmogelijk was om nog een leesboek te schrijven. Mijn brein was nog kapot van het mama worden (lacht), en je tijd wordt zo gefragmenteerd als je een kind hebt. Je moet constant switchen tussen aan en uit, ik had die ononderbroken tijd van voor mijn kinderen niet meer waarin ik wel gemakkelijk leesboeken kon schrijven. Ik antwoordde dat ik nog altijd heel graag een kookboek wou maken, een beetje als mop, want ik dacht dat ze weer nee zouden zeggen. Maar het werd een ja, en dat was echt een levensveranderende gebeurtenis. Ik heb intussen drie kookboeken gemaakt, ‘Karola’s Kitchen: Het kookboek’, ‘Karola’s Kitchen: Smaakvol’ en ‘Karola’s Kitchen: Kleur op tafel’, en het is echt waar mijn passie ligt. Een kookboek kun je meer gefragmenteerd schrijven, wat veel meer past bij mijn huidige leven, maar ik hou ook ontzettend van het creatieve proces dat erbij komt kijken.”
“Gewicht en gezondheid worden vaak als synoniemen gebruikt in dieetboeken en -programma’s, maar zo werkt het niet”
“Mijn missie is om mensen met plezier en zonder preken meer van groenten te leren genieten. Vaak zijn ze maar een garnituur, ik wil een beetje voor een mindshift zorgen. Ik hou er ook van om het ecologische in mijn boeken te verwerken, zonder met de vinger te wijzen. In de beginjaren van Karola’s Kitchen zat ik zoals gezegd nog wat vast in de dieetcultuur. Er circuleert bijvoorbeeld jammer genoeg nog een podcast waarin ik zeg dat ik geen brood en pasta eet. Dat was toen echt zo, ik had daar een soort van angst voor ontwikkeld. Ik heb in mijn tienerjaren een eetstoornis gehad en was helemaal doordrongen van het koolhydraatarme eetpatroon. Dat is onder meer veranderd door bij te leren over intuïtief eten, een sterk wetenschappelijk onderbouwde strekking die de laatste tien jaar steeds meer een plaats krijgt en stelt dat je vrij van eender welke regel eet. Het principe is dat als je jezelf de toestemming geeft om om het even wat te eten als je er zin in hebt en je lichaam er behoefte aan heeft, je eigenlijk heel evenwichtig gaat eten. Veel mensen denken dat ze dan alleen maar pizza of roomijs zouden eten. En in het begin zal dat misschien wel zo zijn. Maar je moet eens nadenken hoeveel dagen je dat leuk zou vinden? Want na drie à vier dagen wordt pizza of een andere afhaalmaaltijd eten toch een pak minder aantrekkelijk… We hebben in onze cultuur totaal geen voeling meer met intuïtief eten, behalve op twee momenten: na de feestdagen of na een all-invakantie. We hebben ons dagenlang overeten en te veel gedronken, wat maakt dat we daarna geen eten of drinken meer kunnen zien. Op zo’n momenten hebben we een heel natuurlijk verlangen om ons lichaam wat rust te geven door meer groenten en lichte maaltijden te eten. Niet vanuit een dieetgedachte, maar vanuit een gevoel ons lichaam te ondersteunen met iets gezonds. Het gaat dus niet om vermageren, maar om mensen gezonder te laten eten. Stel dat je elke dag meer groenten gaat eten en iets meer beweging inbouwt per week, maar niet vermagert, dan nog ben je gezonder geworden. Gewicht en gezondheid worden vaak als synoniemen gebruikt in dieetboeken en -programma’s, maar zo werkt het niet. Je weet namelijk niet wat voor mogelijk drastische zaken iemand die veel is vermagerd heeft gedaan. Ook steeds meer dokters gaan de gewichtsneutrale toer op en zetten je bijvoorbeeld niet meer op de weegschaal, maar vragen je naar je eet-, beweeg- en slaappatroon. Dat kan ik alleen maar toejuichen.”
“Ik haat het wanneer gezondheid wordt beschouwd als een verantwoordelijkheid van het individu”
“Mensen kunnen de hoofdzaken niet meer van de bijzaken onderscheiden. Onlangs had ik een discussie met iemand die preekte dat iedereen op eender welk moment kan beginnen met sporten. Doet iemand dat niet, dan is het zijn of haar eigen keuze om ziek te worden. Ik haat het wanneer gezondheid wordt beschouwd als een verantwoordelijkheid van het individu. Niet iedereen heeft de fysieke mogelijkheid om te sporten. Die persoon bleek zelf een roker te zijn. Dat bedoel ik dus met hoofd- en bijzaken. Alcohol is nog zo’n heilig huisje waarover amper wordt gepraat, en intussen worden mensen wel bang gemaakt om koolhydraten te eten. Er wordt te veel gewicht gehangen aan zaken die niet zo belangrijk zijn. Voor vrouwen is het heel ongezond om koolhydraten te schrappen en minder te eten, maar hoe navigeer je dan nog in een maatschappij die gefocust is op keto, intermittent fasting en vermageren? En dan zijn er nog de gevaarlijke extremen die worden getoond in specifieke diëten, zoals het carnivoordieet dat het eten van groenten demoniseert of zaadoliën die nu volledig uit den boze zouden zijn. Voeding is een polariserend onderwerp geworden. Ik wil een positief verhaal blijven vertellen, en ik heb het gevoel dat sommige mensen die al een hele weg hebben afgelegd en bij mij terechtkomen toch rust vinden. Ik heb ook lang een verkrampte, angstige relatie met eten gehad, maar je kunt echt op een heel stressloze manier met voeding en gezondheid omgaan.”